De brexiteers kunnen het Brexit-trilemma nog steeds niet onder ogen zien

Maker: PA

Op 8 september sprak Brandon Lewis de inmiddels beroemde woorden: dat de wet op de interne markt van de Britse regering “het internationaal recht slechts op een zeer specifieke en beperkte manier zou schenden”. Dat zette een reeks gebeurtenissen in gang die zelfs nu, twee maanden later, de discussie over dat wetsvoorstel hebben gevormd en zou betekenen dat Groot-Brittannië niet bereid is om het Withdrawal Agreement (dat de regering van Boris Johnson slechts 8 maanden geleden heeft ondertekend) en het Goede Vrijdagakkoord te respecteren, en op deze manier dus bereid is om internationaal recht te overtreden.

Eurocommissaris Maroš Šefčovič legde op 10 september een krachtig geformuleerde verklaring af. De vicevoorzitter verklaarde in niet mis te verstane bewoordingen dat de tijdige en volledige uitvoering van het terugtrekkingsakkoord, inclusief het protocol over Ierland/ Noord-Ierland – waarmee premier Boris Johnson en zijn regering hebben ingestemd, en dat zowel het Britse Lager- als Hogerhuis minder dan een jaar geleden hebben geratificeerd, een wettelijke verplichting is. De Europese Commissie volgde op 1 oktober met een kennisgeving aan het VK, waarop het VK overigens niet heeft gereageerd.

Ondertussen heeft de overwinning van Biden bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen de aandacht gevestigd op wat de verkozen president eind september zei over de Brexit:

Maar zelfs nu – nadat de wet op de interne markt deze week een grote nederlaag leed in het Britse Hogerhuis (van de Lords stemden 433 tegen en 165 voor), blijft de Britse regering bij haar standpunt.

De Ierse minister van Buitenlandse Zaken Coveney vatte het als volgt samen:

Wat is hier aan de hand?

De EU, Ierland, de nieuwe Amerikaanse regering en een grote meerderheid in het Hogerhuis zijn het hier allemaal over eens: er kan geen doorbraak in de richting van een Brexit-deal komen tenzij de clausules die in strijd zijn met het terugtrekkingsakkoord en het NI-protocol worden verwijderd. Je kunt al deze mensen bijna horen roepen: “Hoe kan Boris Johnson c.s. zo dom zijn?”

Ik vraag me echter af of we allemaal het punt missen. Dat het politieke establishment – mensen zoals ik en al die instellingen – verkeerd hebben geïnterpreteerd hoe Johnson dit spel speelt.

Toen ik John Redwood’s belachelijke brief aan Joe Biden las, realiseerde ik me onze denkfout. “Het is de EU die nieuwe grenscontroles aan hun kant van de grens lijkt te willen instellen, die u misschien graag met hen zou willen bespreken”, schreef Redwood. Hoe – zelfs nu – kan hij ooit zoiets schrijven, zei ik hoofdschuddend tegen mezelf.

De reden is dat hij nog steeds weigert het trilemma van afwegingen te erkennen dat J. Daniel Kelemen het meest beknopt samenvat en in de afbeelding hieronder wordt weergegeven. Johnson’s gewijzigde terugtrekkingsakkoord en het NI-protocol is optie A – een grens- of douane-infrastructuur tussen Noord-Ierland en de rest van het VK, en het VK verlaat de interne markt en de douane-unie. D is de onmogelijke optie, maar daar hoopt Redwood nog steeds op.

En dit is eigenlijk niet zo gek veel anders dan wat Johnson in september zei – dat het terugtrekkingsakkoord “nooit logisch was” met betrekking tot Noord-Ierland. Nou, in die zin had hij gelijk – want ook de DUP had daar in december 2019 op gehamerd! En dat leidt je naar zoiets als C op Kelemen’s diagram … en terug naar de deal die May sloot met de EU, en de deal die Johnson afdeed als te soft.

Met andere woorden: terwijl het grootste deel van het debat over de Internal Market Bill gaat over het al dan niet overtreden van het internationaal recht, zijn Johnson en de Brexiteers nog een stap verder terug – ze weigeren zelfs nu in het reine te komen met de realiteit dat het terugtrekkingsakkoord en het NI-protocol het onvermijdelijke resultaat oplevert dat er grensinfrastructuur nodig is tussen Noord-Ierland en de rest van het VK (zie bijvoorbeeld de kopzorgen over parkeerplaatsen voor trucks). Als er een Brexit-deal komt tussen het VK en de EU, plaatst het wetsvoorstel voor de interne markt het VK in kwadrant A in het diagram – en dat verklaart waarom de bepalingen die in strijd zijn met het terugtrekkingsakkoord en het NI-protocol zo belangrijk zijn voor Brexiteers. 

Je zal het een Breexiter niet als zodanig horen zeggen, maar in wezen is de reactie van Redwood, Johnson, Hannan en gelijkgezinden op de beschuldiging dat het wetsvoorstel voor de interne markt in strijd is met het internationaal recht: “So what? Als we dat debat zelfs maar aangaan, betekent dat dat we de impliciete gevolgen van de Brexit moeten erkennen.” Wie ook maar probeert de boodschap over te brengen dat het tijd is voor verantwoorde beslissingen – of het nu het Hogerhuis of Biden of Coveney of Von der Leyen is – Brexiteers willen deze zeker niet horen.

Dit alles – met het verstrijken van de tijd tot het einde van 2020 en dus het einde van de transitieperiode – kan slechts tot één resultaat leiden: No Deal.

Phil Syrpis is tot een vergelijkbare conclusie gekomen – en gebruikt ook Kelemen’s Brexit Trilemma – in dit stuk. Phil’s stuk concentreert zich meer op de juridische implicaties, het mijne meer op de politiek en communicatie, maar de essentiële conclusie in beide gevallen is in wezen dezelfde.

Dit stuk is in het Engels geschreven (link naar originele artikel) door Jon Worth en met zijn toestemming naar het Nederlands vertaald en gepubliceerd. Volg Jon’s blog hier.

How a “no deal” Brexit can be avoided

 It starts with acknowledging the consequences of one.

Brexit, deal or no deal

Britain’s conservatives are fond of Australia, an Anglosphere place with a flourishing economy, fine weather and fabulous beaches. So when trade talks with the European Union were briefly suspended before resuming this week, and Boris Johnson told Britons they might end up not with the Canada-style free-trade agreement he wanted, but instead leave on “Australian terms”, he made the prospect sound beguilingly sunny.

This is typical Johnsonian spin. If the latest face-to-face talks should collapse and Britain end up with no deal, the terms on which it leaves would not be those that apply to Australia, which has many side-deals and is seeking its own free-trade agreement with the eu. They would be closer to those of Afghanistan, Bhutan or Congo: Britain would have no trade deal at all with its largest trading partner, and little prospect of getting one.

Read more in The Economist